Veelgestelde vragen

Algemeen

  • + Jaarlijkse of driejaarlijkse medische controle?

    Het ziet ernaar uit dat de jaarlijkse medische controle zal worden vervangen door een driejaarlijkse controle. Maar onze externe adviseur voor 'preventie en bescherming op het werk' voorziet voor sommige werknemers nog altijd een jaarlijkse controle. Hoe zit dat nu precies?

    Er zijn twee soorten medische controles.

    In eerste instantie was er tot voor kort de jaarlijkse medische controle van supermarktpersoneel dat rechtstreeks in contact komt met voeding.  Bedoeling hiervan is om het overdragen van ziektes,… naar de consument te voorkomen. Buurtsuper.be heeft ervoor gepleit om die controle voortaan slechts om de 3 jaar te laten gebeuren, wat ook wettelijk werd aangepast.

    Maar anderzijds is er nog altijd de medische (gezondheidscontrole ) controle volgens de wetgeving preventie en bescherming op het werk. Die wetgeving heeft de bedoeling om de werknemers zelf te beschermen, voor zover ze blootstaan aan bepaalde veiligheidsrisico’s (vb. versnijdingen in beenhouwerij, bepaalde risico’s in magazijn werkzaamheden,…). Het is hiervoor de externe preventieadviseur of controlearts die een diagnose stelt of werknemers op basis van hun specifieke werkzaamheden al of niet onderhevig zijn aan die jaarlijkse medische controle. Ook jobstudenten of polyvalente medewerkers, dus afhankelijk van de specifieke werksituatie, kunnen hiervoor in aanmerking komen. 

     

  • + Oei, een FAVV-controle. Wat nu?

    Sinds zijn ontstaan in 2000 controleert het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen de hele keten, van riek tot vork. De meeste consumenten, zelfstandigen en bedrijven kennen het FAVV intussen van naam, maar zijn werking is minder bekend. Nochtans wordt heel wat informatie ter beschikking gesteld via de website van het FAVV www.favv.be. Toch blijven er heel wat misverstanden bestaan over het verloop van de controles.

    Lees meer

  • + Ik heb een verbruikszaal. Moet ik nu de activiteit horeca aanvragen?

    Indien een detailhandelszaak een verbruiksruimte heeft, die louter is voorzien van tafels, stoelen, vuilnisbak… en waarbij geen tussenkomst is van personeel, dan valt de verbruikszaal onder de G-007 (d.i. detailhandel).

    Indien een detailhandelszaak een verbruiksruimte heeft met extra voorzieningen, zoals een buffet, bediening, borden en bestek, drank in glazen…, dan moet ook de G-023 worden toegepast (d.i. horeca).

  • + Bewaarvoorschriften rijsttaartjes

    Nogal wat winkeliers kopen voorgebakken en diepgevroren rijsttaartjes en bakken die ter plaatse af. Maar hoe moeten die worden bewaard tot het moment van de verkoop?

    Onderstaande informatie werd door het FAVV doorgegeven na een studie door het WetCom:

    Rijsttaarten behoren niet tot de groep 'viennoiserie op basis van gebakken banketbakkersroom' en vallen buiten het toepassingsgebied van het Advies 49/2006.
    Het ingrediënt rijstpap in rijsttaart kan een voedingsbron vormen voor micro-organismen (laat groei van micro-organismen toe). Daarnaast wordt de rijstpap vaak nog verrijkt met crème pâtissière. Aangezien het mengsel van rijstpap en crème pâtissière nog een andere samenstelling heeft dan enkel crème pâtissière, kan de afwijking voor vienoisserie met gebakken banketbakkersroom, gebaseerd op het Advies 49-2006, niet zomaar worden toegepast op rijsttaarten. 

    De bakkersfederatie heeft onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om rijsttaarten te bewaren bij kamertemperatuur en de resultaten werden voorgelegd aan het wetenschappelijk comité. De evaluatie van het onderzoek werd opgenomen in Advies 03-2015: http://www.favv.be/wetenschappelijkcomite/adviezen/ .
    De conclusie was de volgende: “Het Wetenschappelijk Comité heeft vastgesteld dat in de studie essentiële informatie ontbreekt om aan te tonen dat de microbiologische veiligheid van rijsttaarten gegarandeerd is bij een bewaartijd van 12 uren bij omgevingstemperatuur.”

    Rijsttaarten mogen dus niet bij kamertemperatuur worden verkocht, tenzij ze deze bewaartemperatuur zelf hebben gevalideerd binnen hun autocontrolesysteem.

  • + Allergenenvermelding bij niet-voorverpakte levensmiddelen

    Sinds eind 2014 is er een wettelijke regeling voor de vermelding van allergenen bij de verkoop van niet-voorverpakte levensmiddelen. Na lobbywerk van BUURTSUPER.BE werd beslist dat deze vermelding niet schriftelijk beschikbaar moet zijn. De winkelier of zijn medewerkers moeten een vraag naar de aanwezigheid van allergenen wel mondeling kunnen beantwoorden. En vraagt de klant hoe de verkoper tot deze informatie is gekomen, dan kunt u verwijzen naar deze procedure.

  • + Verklaring van overeenstemming: wat moet ik daarmee?

    Sinds 2004 moet van alle materialen die tijdens de productie of verkoop in contact komen met levensmiddelen, een verklaring van overeenstemming beschikbaar zijn. Die verplichting werd in 2015 bijgestuurd, namelijk: deze attesten zijn niet langer verplicht indien de gebruiksaanwijzing van de materialen ook op de bulkverpakking staat. Helaas staat die info vaak nog niet op deze verpakking, waardoor het toch raadzaam blijft om de attesten bij te houden.